Noord Oman - Musandam
Voor een bezoek aan Khasab in het uiterste noorden van de regio Musandan in Oman hebben we een 2-daagse georganiseerde tocht geregeld. We worden bij ons hotel in Dubai opgehaald door Hani, die ons vlotjes door de douane en Oman weer in loodst. De weg van Dubai tot de grens is rommelig met heel veel Indische fastfood, garage- en allerhande winkeltjes. Na de grens met Oman wordt het een stuk mooier. De kust langs een rotsige weg door de bergen is prachtig. Nadat we onze bagage in het fraaie appartementenhotel gedropt hebben, stappen we gelijk over in een 4WD, gereden door Achmed. Met nog een aantal auto's gaan wediep de bergen in over smalle weggetjes. Regelmatig wordt er gestopt en kunnen we genieten van prachtige uitzichten,bergtoppen, fossielen e.d. Het is rond 18:30 en alweer donker als we terug komen in het appartement. Eten kan hier niet, maar er worden weer wat mensen opgetrommeld die ons naar het stadje brengen.
De volgende dag worden we direct na het ontbijt opgehaald om in de haven in een traditionele dhow-boot de kust van Musandam en de fjorden te verkennen. We liggen/zitten op dikke kussens in de boot van kapitein Achmed, en worden regelmatig van drankjes voorzien door Malallah en Mohammed. De vaartocht is prachtig en regelmatig ziet schipper Achmed als eerste vogels op de rotsen, een haai of dolfijnen en legt 2x aan om de mogelijkheid te geven te zwemmen en snorkelen. De 3 grote vissen die we later bij de uitgebreide lunch krijgen, roostert hij in aluminiumfolie op een vuurtje naast de stuurknuppel. Aan het eind van de middag trakteren de dolfijnen ons op een fraai schouwspel.Ze speleneen spelletjemet 2 boten waaronder de onze, door heel hard mee te zwemmen en te springen. Mohammed vertelt desgevraagd onderweg het één en ander over de Omaanse cultuur. Die dus eigenlijk net zo divers is als bij ons Amsterdam en Staphorst. Er zijn hele tradionele streken, maar ook moderne. Vrouwen studeren, mogen werken en dragen wat ze willen. Veelal zijn ze hier zelf nog wat terughoudend in. Omdat er tekort is aan Omaanse arbeidskrachten wordt het wel gestimuleerd door de sultan. Oman wil naar een verhouding van 85% Omaanse arbeidskrachten, maar dat lukt nu nog niet. In Musqat is de verhouding momenteel circa 50/50. De rest is voornamelijk Indisch of Pakistaans en een klein aantal van Westerse afkomst. Mohammed verklapt ons dat chauffeur Hani die dag jarig is. Wanneer deze ons aan het eind van de dag ophaalt bij de haven laat hij zich blij verrast door ons feliciteren. Aan het eind van de middag brengt hij ons terug naar Dubai.
Verenigde Arabische Emiraten - Dubai
Wanneer we naar Dubai gaan, rijden we eerstinnoordoostelijke richting via Nizwa, waar we het oude fort en de fraaie oude binnenstad bewonderen. Daarna volgt een lange rit door de woestijn, waar het enige wat groen is de besproeide palmbomen in de middenberm zijn. De grenscontroles bij Al Ain, de grens met de Verenigde Arabische Emiraten, zijn zeer uitgebreid en tot onze schrik krijgen we een exit-stempel voor Oman. Dat betekent dat,wanneer we Oman weer in willen, en dat moet nog 2 keer, we steeds opnieuw een visum moeten kopen. Tegenvaller dus. Tegen de avond bereiken we Dubai. Het hotel is ondanks de lage prijs, vorstelijk. We mogen niets zelf dragen, daar heb je Indiërs voor, zelfs om het knopje van de lift in te drukken.... Onze trouwe Nissan Sunny wordt in de kleine parkeergarage onder het hotel, waar nog circa 5 auto's staan, bewaakt door 3 Indiërs. En dat voor 2 euro per dag.
In Dubai verkennen we de stad per metro en taxi. Alle taxichauffeurs die we spreken komen uit Indië, Pakistan of Bangladesh. Overigens komt circa 85% van de bevolking hier uit Indië, Pakistan, Bangladesh en de Phillipijnen, de overige 5% zijn van Westerse afkomst. We bekijken de Burj al Arab (het bekende hotel in de vorm van een zeil), het Palmeiland en we begeven ons in het hoogste gebouw ter wereld: de Burj Khalifa met daarnaast de Emirates towers, ook wel Twin towers genoemd. De Burj Khalifa is 828 m. hoog en telt 162 verdiepingen. De lift gaat met een snelheid van 65 km. per uur geruisloos naar boven. Veel pracht en praal, marmer en alles glimt en blinkt. Erom heen veel groen, bloeiende plantjes die allemaal met waterslangetjes besproeid worden, vijvers en watervallen. Voor de rest is Dubai eigenlijk nog een grote bouwput. Bijna overal wordt gebouwd. Dat wordt ons duidelijk wanneer we de 2e metrolijn willen nemen. De borden staan er wel, maar de metro is niet te vinden. Uiteindelijk blijkt dat deze nog in aanbouw is.... We bekijken ook de grootste shoppingmall: The Mall of the Emirates met daarin ook de bekende sneeuwpiste. De oude stad, de Creek (zee-inham) waar je met een watertaxi over kunt en ook de goudsouk (soort overdekte markt) en de spicesouck met héél veel (in onze ogen nagenoeg dezelfde) winkeltjes in de stad zijn het bekijken waard.
Oman - de hoofdstad Muscat
Weer terug in Muscat en nadat we onze stoere Toyota Pradogeruild hebben voor een goedkopereNissan Sunny, laat Rens ons de stad zien. We bekijken het appartement waar hij een maand gewoond heeft, wat luxe hotelresorts die hij bezocht heeft, we bekijkende haven, bezoeken de moskee en desouk en een altijd heerlijk koele shoppingmall. We verbazen ons over de ontstellende hoeveelheden goud- en sieradenwinkeltjes in de souk. Verder rijden we langs deambassadewijk met prachtige panden en doorwijken met buitenlandse (veel indische) winkeltjes. We nemen een drankje op één van de weinig terrasjes aan zee en genieten van het uitzicht. Eten doe je bij zo'n Indisch restaurantje voor 3 tot 7 euro per persoon, inclusief drankje. De benzine kost hier overigens 0,25 eurocent per liter. De jeugd krijgt hier in Muscatwanneer ze hun rijbewijs hebben, een auto van de ouders. Van BPM ofmotorrijtuigenbelasting hebben ze hier nog nooit gehoord. Het sultanaat regelt scholingen gezondheidszorg en brengt zelfs in de meest afgelegen bergdorpen 3 keer per week met een tankauto gratis water.
Het noordoosten van Oman
Na een vliegreis met start in Düsseldorf en stops in Amsterdam en Dubai, staat Rens ons bij aankomst op het vliegveld in Muscat,al op te wachten met een 4WD en een koelbox met koude drankjes. Zodra de hele papierwinkel in orde is, gaan we direct op pad want om 15:00 worden we verwacht in Al Wasil, het verzamelpunt voor onze ‘overnight stay' in de woestijn. We zijn maar net op tijd. Abdallah en z'n crew verwelkomen ons hartelijk. Met vier Duitsers, een Frans 3-persoons gezin, en een Amerikaans-Kroatisch echtpaar volgen we Abdallah de woestijn in. De eerste stop is bij zijn ‘huis', een bedoeïenenkampje, waar we zoete kardemomkoffie uit een klein kommetje krijgen. Zijn twee dochtertjes komen langs met dadels en met een kommetje water (voor de vieze vingers). Later op de avond bij het kampvuur laat hij zich ontvallen dat ze daar ‘eigenlijk niet altijd ...' wonen. Daarna gaan we verder richting het desert camp waar we de avond en nacht zullen verblijven. Simpele zgn. baristi hutjes van een soort riet met palmbladeren, waar het lekker koel doorheen waait (en stuift).
Direct na een glaasje water of fris,gaan we met een beperkt aantal sterke 4WD, waaronder onzeToyota Prado,aan het echte woestijnwerk beginnen. De zandbergen zijn niet mis, de kloven ook niet, de hellingen zijn enorm en regelmatig zit eriemand vast. Op een duintop waar we parkeren en een kudde geiten nieuwsgierig dichterbij komt, gaat Abdallah ineens ‘koffie zetten' op een houtvuurtje. Mét dadels natuurlijk. Bij terugkomst in het kamp wacht er een buffetje en daarna kunnen we, onder de prachtige sterrenhemel, gezellig bijkletsen bij het kampvuur met koffie, dadels, frisdrank en de waterpijp roken. Behalve het licht van de sterren is het aardedonker. Het slapen met een verkoelend briesje in onze hutje wordt alleen even kort onderbroken door een woestijnmuis, die onze overgebleven broodjes wel ziet zitten. De volgende morgen volgt na het ontbijtbuffet een kamelentocht door de woestijn. Het opstaan en vooral het plotselinge knielen van de dieren wekt veel hilariteit. Na een rondje door de woestijn en daarna het afzadelen en weer vrijlaten van de kamelen begeleiden Abdallah en z'n crew onsweer terug naar het verzamelpunt in de bewoonde wereld en nemen hartelijk afscheid met een hand en een neuskus.
Onze reis gaat verder langs Wadi Bani Khalid, een oase met fraaie palmen en ander groen en helder water in de stoffige woestijn. We lopen een einde de diepe kloof in, maar de temparatuur van zo'n 35 graden nodigt niet uit tot een lange wandeling maar meer voor een duik in het water.
Ons eindpunt voor die dag is Ras al Had, waar we verblijven in alweer een soort palmenhutje, maar dan iets luxer; er is zelfs airco. 's Avond gaan we naar het schilpaddenstrand waar we in groepjes het strand opgaan (niet praten, geen zaklantaarns, géén foto's !) om de reuzenschildpadden te spotten. De vrouwtjesschildpadden komen eens in de 3 jaar aan land om eieren te leggen. Het volwassen vrouwtje legt haar eieren in een zelfgegraven kuil op het strandje waar zij geboren is. Ter afleiding van de vijanden graaft zij een paar extra kuilen, waar -uiteraard- geen ei in te vinden is. Er worden heel veel eieren gelegd, maar er zijn maar weinig schildpadjes die uiteindelijk levend de zee bereiken. Vogels, vossen en krabben maken jacht op de eieren en/of de jonge schildpadjes. Het lijkt eerst niets te worden, maar uiteindelijk roept één van de schilpadspotters dat we dichterbij moeten komen. We zien een beest van zo'n 1,5 meter lang tergend langzaam richting zee kruipen. Daarna zelfs nog een jonkie, die het iets sneller kan.
De volgende dag rijden we verder langs de kust weer richting het noorden. In Sur bekijken we even de traditionele dhow-boot werf en doen onderweg Wadi Tiwi aan, een prachtige wadi die diep de bergen in loopt met een smalle steile weg. Voordat we verder richting Muscat gaan,rijden we langs de zogenaamde ‘sinkhole' van Bimah, een krater die ontstaan is door het inzakken van de leembodem. Een fraai natuurverschijnsel !
START 2011: Oman en de Verenigde Arabische Emiraten - de aanleiding.
De aanleiding.
Hierbij eenverslagvan onze reis door Oman en de Verenigde Arabische Emiraten.
Zoonlief Renskiest Oman uitals een geschikt landten behoeve van een onderzoek voor zijn afstudeerscriptie over cultuurverschillen in de toeristische industrie.
Nieuwsgierig geworden over het land, de cultuur en zijn inwoners hebben we besloten om er ook een kijkje te gaan nemen en samen met Rens na afloop van zijn onderzoek een rondreis door Oman en de VAE te maken.
Door de onrust in een aantal landen in het Midden-Oosten leek het nog even onzeker of het wel door kongaan. Rens werd op de hoogte gehouden door de ambassade en uiteindelijk bleek het geen probleem om in bovengenoemde landen te reizen.
Nadat Rens een maand lang de tijd genomen had voor zijn onderzoek, hebben we daarnagezamenlijk een kleine twee weken rondgereisd door Oman en de VAE.
In de volgende hoofdstukken hiervan een impressie.
Van Stockholm naar huis.
Het is druk als we op maandagmorgen 5 juli vanuit Stockholm richting het zuiden rijden. Kennelijk is de vakantie voor de Zweden nu echt begonnen en het lijkt wel of ze allemaal met caravan of camper richting het eiland Öland rijden. De fraaie brug van 6 kilometer lang, die de stad Kalmar met het eiland verbindt staat te schitteren in de zon. Op het eiland aangekomen laten we de drukke campings direct na de brug langs de Botnische kust voor wat ze zijn, en rijden door naar een oase van rust aan de andere kant van het eiland aan de Oostzee. De camping ligt direct aan zee, maar zo verscholen dat hij nauwelijks zichtbaar is. Er is plek genoeg, al weten toch ook hier veel mensen de camping te vinden.
De volgende dag bekijken we het eiland. Öland heeft de meeste zonuren van Zweden, veel natuur, oudheidkundige herinneringen, bijzondere vogels en in het zuiden ligt de Alvaret, een uniek kalkstenen steppe-landschap met ruige begroeiing en zeldzame bloemen en planten. (ook alweer op de werelderfgoedlijst van Unesco) Er zijn runenstenen te zien uit de Vikingtijd waarop een inscriptie gekerfd is met een boodschap in een oud mythologisch schrift. 's Avonds is de kantine door een handjevol Nederlanders oranje versierd en vieren we daar de goede afloop van Uruguay-Nederland.
Als we woensdag verder richting het zuiden rijden, besluiten we om niet de kortste route te nemen, maar langs de kust te rijden. Dat blijkt een goede keus, want de route is mooi en niet druk. Als we onderweg lezen dat Ystad aan de oostzee een mooi stadje is met zelfs nog vakwerkhuizen die nergens anders in Zweden voorkomen, kiezen we dit stadje uit als overnachtingsplek. Dat hebben met ons ook heel veel Zweden bedacht, want de camping is overvol. Een plaatsje voor één nacht zonder stroom kan er nog net af. Omdat er verder géén campings zijn hier, en we er toch maar éen nacht blijven, maakt het ons niet zoveel uit.
Aan het eind van de middag bezoeken we nog even de Ales Stenar in het plaatsje Käseberga nabij Ystad. Dit is een grafmonument van 76 meter lang, wat uit 58 stenen bestaat van soms meer dan 2 meter hoog, aan de rand van een stukje mooie steile kust. Daarna constateren we dat de beschrijving omtrent Ystad klopt. Het is inderdaad een mooi plaatsje met mooie vakwerkhuizen en leuke restaurantjes waar we er maar één van uitproberen. Je kan hier ook met de ferry naar Polen en naar het Deense eiland Bornholm. 's Avonds is de tegenstander van de WK finale van Nederland inmiddels ook bekend. De Duitsers die hetzien gebeuren in de TV-ruimte op de camping, druipen stilletjes af wanneer ze verliezen van Spanje.
Donderdag de 8e vervolgen we onze weg langs de mooie zuidkust van Zweden en nemen de 17 kilometer lange Öresundbrug naar Denemarken. Daarna volgt nog de 14 kilometer lange Grote Beltbrug die de Deense eilanden Sealand en Funen met elkaar verbindt. Rond half vijf 's middags draaien we de pootjes uit op een fraai, aan een uitloper van de Oostzee gelegen camping in Noord-Duitsland.
Het wordt hoe langer hoe warmer als we vrijdags rond half tien onze weg huiswaarts vervolgen. Hoewel het druk is rond Hamburg en Bremen rijdt het redelijk vlot door. De stops zijn kort, want de airco in de auto is plezieriger dan de hitte buiten. Rond 16:00 rijden we de oprit op en zit het er na zo'n 8400 kilometer en39 overnachtingen op 26 verschillende campings weer op. De buurman heeft het bier koud staan en dat smaakt uitstekend met dit weer. Ook de ooievaars in het weiland aan de achtertuin hebben niet stil gezeten en inmiddels 3 jonkies gekregen.
De reis is een geweldige belevenis geweest, we hebben heel veel gezien, diverse mensen uit allerlei landen ontmoet en eigenlijk alleen maar positieve ervaringen opgedaan.
Allemaal dank voor de reacties en wie weet tot een volgende reis !
Hartelijke groet,
Henk en Mia
Met een 'ommetje' weer terug in Stockholm
De omgeving is schitterend en het weer goed als we zaterdag 26 juni van Nordmaling richting National Park Skuleskogen rijden, één van de meer dan 28 nationale parken die Zweden telt. Op goed geluk rijden we net voor het dorp Docksta een camping op, zonder receptie. Een bord in het Zweeds geeft info; we begrijpen er niets van, maar besluiten het als volgt te vertalen: een plek uitzoeken en dan later betalen. Een telefoontje naar een bijbehorend telefoonnummer levert ook niets op, want aan de andere kant van de lijn wordt enkel Zweeds gesproken. We installeren ons dus maar en 's avond blijkt de eigenaar (wiens moeder wij kennelijk aan de telefoon hadden) langs te komen om de campinggelden te innen. Hij verbaast zich over het groeiend aantal Nederlanders dat op zijn camping komt. Op de opmerking dat hij dan wel een Engelse vertaling op zijn bord mag zetten, reageert hij niet. Het onooglijke houten gebouwtje met toiletten en douches blijkt aan de binnenkant luxueus afgewerkt te zijn, iets wat we overigens zowel in Finland als in Zweden vaker zien.
De ‘wandeling' van 14 kilometer die we op zondag 27 juni door ‘Skuleskogen' maken, is niet iets om even op je sloffen te doen. Het is flink klimmen en dalen over rotsen, losse keien, door een steile kloof en over een enorme hoeveelheid boomwortels. De beloning is er ook naar: het uitzicht over de kust, de rotsen, de Botnische Golf en alle baaien en eilandjes is meer dan de moeite waard.
De omgeving bevalt ons zo goed, dat we besluiten er nog een dagje bij aan te plakken, en terwijl de was in de stralende zon hangt te drogen, bekijken we op maandag ook de rest van de ‘Höga Kusten'. Het hele gebied langs de kust tussen Ornskoldsvik en Kramfors wordt ‘Höga Kusten' genoemd en staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het lag 20.000 jaar geleden nog onder een gletsjer van 3000 meter dik. Hoewel de borden naar de ‘Information' aan de E4 in Ullanger groot genoeg zijn, gaat het gebouwtje schuil achter metershoge reclameborden voor een hal met kledingverkoop en is bijna niet te vinden. Een vriendelijke Zweedse vertelt ons waar we de mooiste plekjes kunnen vinden en geeft een kaart mee. We bekijken de ‘rotsidan', de kust vol op elkaar geschoven rotsblokken. Behalve een enkele Duitser is dit gebied kennelijk nog niet ontdekt door Nederlanders, wij zien ze tenminste niet. Wel overal weer prachtige baaien, vele eilandjes, leuke vissersdorpjes en natuurlijk overal weer de Stuga's (vakantiehuisjes), meestal mét een bootje erbij.
De campingbaas vindt het maar wát leuk dat we nog een dag gebleven zijn omdat we het zo mooi vinden hier. Hij kletst honderduit en is erg geïnteresseerd in onze reis en we moeten beslist een keer terugkomen. Dat geldt overigens ook voor alle andere Nederlanders; hierbij dus van harte aanbevolen !
Dinsdag verplaatsen we ons weer een eindje richting het zuiden via één van de grootste bruggen van Europa, de Höga Kusten brug, en belanden op het schiereiland Hornslandet. De ietwat verouderde camping ligt in het plaatsje Hölick, wat vroeger een vissersdorpje was, waar men met de boot onder het huis kon varen. Nu zijn de huisjes voornamelijk in gebruik als 2e woning en valt er hélemaal niets te beleven. Op de deur van het enige restaurant in het dorpje is een Zweedse tekst geplakt, waar we niets mee kunnen. In ieder geval zit de deur dicht, dus dat wordt gewoon weer zelf koken. Het dorpje en het uitzicht op zee zijn overigens prachtig.
Als we woensdagmiddag na een hobbelige en regenachtige rit bij het Björnpark (grootste berenpark van Europa) in Orsa-Grönklitt aankomen en onze combinatie op de ruime parkeerplaats stallen, klaart het weer net een beetje op. In een bijzonder uitgestrekt en heuvelachtig park zien we diverse soorten bruine beren (tot 3 meter hoog, als ze op de achterpoten staan), witte poolberen en daarnaast nog wat tijgers, wolven e.d.
Zodra we de pootjes rond zes uur 's avonds uitgedraaid hebben op de camping in Orsa, begint het pas echt noodweer te worden. Gelukkig hebben we een mooie hoge plek uitgezocht.
De volgende dag is de lucht alweer helderblauw en is er niets meer aan de hand. Via een telefoontje met Nederland horen we dat het daar boven de 30 graden wordt en dat Oranje inmiddels in de kwartfinale belandt is. We waren helaas wat slecht geïnformeerd omdat het inmiddels al de 5e dag zonder internet of een andere vorm van communicatie is, want ook de Wereldomroep is lang niet altijd te ontvangen en Nederlandse kranten zijn hier niet of nauwelijks verkrijgbaar.
We vervolgen onze reis via Mora (heeft niets met kroketten te maken...) en toeren langs het Siljanmeer naar het plaatsje Nunäs, wat bekend geworden is om de handgemaakte houten Dala-paardjes. We bekijken hoe ze gezaagd, bewerkt, geschilderd en natuurlijk verkocht worden. Daarna vervolgen we onze weg naar Tällberg, een soort museumdorpje, waar rond 1900 het toerisme aan het Siljanmeer zich het eerst ontwikkelde. Er staan nog echte authentieke, allemaal in gebruik zijnde, houten hotels, restaurantjes, een smederij, weverij, bakkerij e.d. Op de camping in Falun aangekomen, blijkt het in het gidsje beloofde internet pas in de winter beschikbaar. En de winter is hier veel belangrijker, want er zijn twee enorme springschansen tegen de berghelling gebouwd. En nee, we hebben dus niet met de caravan......
In de kopermijn in Falun (ook alweer op de werelderfgoedlijst van Unesco), die we de volgende dag bezoeken, hebben we de aardige Zweedse gids voor onszelf, want meer gegadigden voor de Engelstalige rondleiding door de ondergrondse gangen zijn er niet. Omdat het Nederlands elftal 's middags speelt, krijgen we een bijpassende oranje cape om en een oranje helm op.... De inmiddels gesloten kopermijn, waar behalve koper ook zilver, goud etc. gedolven wordt, zijn het bekijken waard. Zowel de (ingestorte) groeve buiten met bijbehorende gebouwen als de musea geven veel informatie. Uiteraard ontbreken de souvenirs ook niet.
De goede afloop van de kwartfinale van Nederland-Brazilië kunnen we ‘s middags in het ‘servicehus' op de camping bekijken, zij het dan met Zweeds commentaar. Onze sympathieke Zweedse buurman feliciteert ons en heeft al aan ons pluche rendier op de hoedenplank gezien dat we ook in Noord Zweden geweest zijn. Hij woont aan de ‘Höga Kusten', éen van de gebieden die wij erg mooi vonden, en is wat aan het rondreizen door Midden-Zweden. Ook hij kent Nederland wel, want hij is voor zaken regelmatig in Rotterdam geweest.
De volgende dag reizen we door naar Stockholm. Onderweg stijgt de temperatuurmeter al naar 30 graden. De camping blijkt een stuk voller dan op de heenweg. Samen met Rens bekijken we in het Thaise restaurantje op de camping, vol met Duitsers, de WK wedstrijd tussen Duitsland en Uruguay. We overwegen nog even om te gaan juichen wanneer Uruguay een doelpunt zou gaan maken, maar dat blijkt helemaal niet aan de orde te komen. Bij de caravan kletsen we met een koel biertje gevolgd door een Hollandse pannenkoek, weer even gezellig bij. Eindelijk weer gewoon internet, dus het is nu zondagmorgen, wanneer we dit publiceren. Vanmiddag de winterspullen ophalen bij Rens, nog weer wat bijkletsen, vanavond gezellig met z'n drieën gebakken zalm eten, en dan maandagmorgen weer verder langs de kust naar het eiland Öland en de dagen daarna geleidelijk aan weer richting Nederland.
Reacties zijn nog steeds welkom !
Hartelijke groet,
Henk en Mia
Afscheid van de poolcirkel.
Het weer is omgeslagen als we op zaterdagmorgen 19 juni naar de Fins/Zweedse tweelingstad Tornio/Haparanda reizen. Het is bewolkt en regenachtig. Toch kunnen we nog weer droog de caravan neerzetten in het Finse Tornio en ‘s middags maken we een uitstapje naar het Zweedse eilandje Seskarö en daarna naar de Kukkulankoski, een stroomversnelling van 3,5 kilometer lang met een verval van ruim 13 meter. 's Avonds horen we via de Wereldomroep dat Nederland zich bij het WK voetbal geplaatst heeft voor de achtste finale en dat er, ondanks dat wij niet hebben gestemd, nog steeds geen nieuw kabinet is.
De volgende dag rijden we richting het noorden naar Aavasaksa. Het gebied, vooral rondom het Portomojärvi meer is mooi, maar vanwege het regenachtige weer is het niet zinvol om hier te blijven, dus daarmee zit onze Finlandperiode er op en vervolgen we onze reis richting Zweeds Lapland.
Het eerste weggedeelte in Zweden is slecht, dus onze inboedel wordt flink door elkaar geschud. We passeren weer de poolcirkel en vervolgen onze weg door een steeds bergachtiger wordend gebied tot in Gällivare, waar we de pootjes weer uitdraaien. Daarmee zit er inmiddels 3 weken en ruim 3500 kilometer op. We moeten ons horloge weer een uur terugzetten en hebben dus zomaar een uurtje extra vandaag. Het sms-je van zoonlief inzake vaderdag (waar we zelf totaal niet aan gedacht hadden..) maakte ondanks de regen de hele dag weer goed. We nemen er 's avonds een wijntje op, die we de vorige dag in het Finse Tornio in de Alko (de Finse staatsdrankenwinkel), voor onze begrippen te duur, gekocht hebben.
Wanneer we op maandag 21 juni in Jokkmokk aankomen, valt ons de Zweedse gastvrijheid bij de campingreceptie wat tegen. We zijn kennelijk wat verwend geraakt in Finland. Als we 's middags de omgeving verkennen, is de regen gestopt en laat de zon zich af en toe weer zien. Een bezoek aan het uitgebreide Lappenmuseum is ook de moeite waard.
De volgende dag rijden we richting natuurgebied Sarek over een slechte, en herhaaldelijk opgebroken weg. Onze vierwiel drive is er beter mee in z'n nopjes dan wij want na ruim twee uur door kuilen, stof en puin gereden te hebben zijn we pas halverwege, en vinden wij het mooi genoeg geweest en keren terug. Overigens is het gedeelte wat we wel gezien hebben, meer dan de moeite waard. Ook hier ligt net als in Finland nog sneeuw op een hoogte vanaf circa 350 meter en hebben veel Zweden hier, net als de Finnen, een 2e huisje. We zitten nog steeds boven de poolcirkel en ook hier wordt het 's nachts niet donker.
We rijden inmiddels weer in zuidelijke richting als we de woensdag de 23e van Jokkmokk naar Arvidsjaur rijden. Het is stralend weer als we de poolcirkel passeren (nu voorlopig voor de laatste keer). Onderweg zien we bos, meren, woeste rivieren en stroomversnellingen en delen we de weg met meer rendieren dan auto's. In Arvidsjaur bekijken we de prachtige omgeving, al zijn de grindwegen hier ook nogal stoffig.
Alvorens we donderdag rond de middag van Arvidsjaur naar Burea rijden wassen we de auto op de wasplaats van de camping, slaan nog even wat proviand en (te) dure wijn in en bekijken de in originele staat verkerende Lappenhuisjes, waar de Samen (het officiële woord voor Lappen, wat ze liever gebruiken) nog één keer per jaar bij elkaar komen. De overige tijd leven ze inmiddels een vrij modern leven en houden ze vanuit huis electronisch hun kuddes met rendieren in de gaten. Het is inmiddels zo'n 23 graden. De zon is hier fel, dus dat voelt aan als 30 graden. Op de volgende camping aangekomen, treffen we twee Nederlandse stellen met elk een bijzondere combinatie: een Citroën 2CV6 (Eend met 34 PK onder de motorkap) met daarachter een Eriba caravan. Ook wij zetten ze, zoals velen voor ons, op de foto. 's Avonds horen we tijdens het voetbal kijken in de kantine, dat ze lid zijn van een Europese 2CV club die jaarlijks ergens in Europa bij elkaar komt. Ze komen net terug van de Noordkaap. Met onze buurman uit Noorwegen filosoferen we de andere dag nog even na over de 2CV's, over Nederlanders, Duitsers, Finnen, Zweden en Noren. Na jaren heel Europa doorgetrokken te hebben met een VW-busje gaan hij en z'n vrouw nu alleen nog naar de westkust van Zweden omdat het weer hier meestal mooi is. Nederlanders vindt hij overigens het meest op de Noren lijken, de Duitsers vindt hij formeel en een tikkeltje arrogant. Hij kan het weten, want hij heeft immers zijn militaire radar-communicatie opleiding voor de luchtmacht, samen met veel andere Europeanen, in München gevolgd.
Omdat vrijdag de 25e het midzomernachtweekend in Zweden gevierd wordt, is het druk op de weg als we rond half elf weer op pad gaan en zijn er nu veel meer auto's dan rendieren op de weg. Via Umea komen we op een camping in Nordmaling aan de Botnische Golf terecht, waar de stemming er bij een aantal groepjes Zweden er al flink in zit. Er wordt, naar ons idee vooral in familieverband gegeten en gedronken. Ook planten ze jonge berkenboompjes bij hun caravan of camper en hangen daar ballonnen in. Als het wat kouder wordt en de zon achter de bewolking verdwijnt, zijn de Zweden rond 21:00 uur ineens allemaal in hun kampeermiddel verdwenen. Ook om 24:00 gebeurt er helemaal niets. Wellicht kan Rens ons nog informeren hoe het in Stockholm is verlopen.
Allemaal bedankt voor de leuke, spontane reacties en blijf ons volgen !
Hartelijke groet,
Henk en Mia